Belgisch trekpaard

belgisch trekpaard

Het Belgisch trekpaard of Brabander is het erfgoed van onze zuiderburen en de zuiderlijke Nederlanden.

Bekend om hun kracht en werkwilligheid, waren deze paarden al geliefd door de Romeinen en Middeleeuwse ridders. Maar het ras heeft het niet altijd gemakkelijk gehad.

Gelukkig heeft men het ras weten te behouden, waardoor we ze vandaag de dag nog geregeld op shows en aangespannen zien. Hier is de Brabander uitermate voor geschikt.

Vriendelijk, maar gevoelig. Sterk, maar elegant. Meer weten over deze kolos?

Lees hier alles over het Belgisch trekpaard.

Achtergrond van het Belgisch trekpaard

De geschiedenis van het Belgische trekpaard gaat vele eeuwen terug. Al in de tijd van de Romeinen bestonden er sterke, Ardense paarden die dienst deden op het platteland en de bosbouw.

De Romeinen gebruikten deze paarden echter in het leger, voor de ruiterij en als last- en trekdier.

In de 8e eeuw na Christus werd dit zware ros voor het eerst gekruist met oosterse bloedlijnen, die van de Arabische volbloeden. Deze kwamen naar het Belgische platteland na oorlogvoering en via reizigers op kruistocht.

In de Middeleeuwen was het enorme, sterke trekpaard geliefd als rijpaard voor ridders. Toen echter de artillerie kwam opzetten, week men uit naar meer wendzame, vlugge paarden. Ook hier kwam het Arabisch volbloed weer om de hoek kijken.

Aan het begin van de 17e eeuw begon het Belgisch trekpaard zoals wij dat nu kennen vorm aan te nemen. Men had namelijk een sterk, maar energiek paard nodig voor het trekken van de postkoetsen.

Ook werd er bloed vanuit andere landen aangevoerd om het landbouwtype te verbeteren, waardoor de Britse Shires aan de wortels van het Belgisch trekpaard liggen. Hiernaast werd in Brabant (Zuid-Nederland) de fokkerij actief opgepakt .

Rond de onafhankelijkheidsverklaring van België (1830) bezat het land echter bijna geen paard van goede kwaliteit meer. Het nationaal fokprogramma werd aangezwengeld en het ras herstelde.

Toch heeft het ras het in de afgelopen eeuwen zwaar gehad. Oorlogen, mislukte fokprogramma’s en de motorisatie in de landbouw en transport tastte de populatie flink aan. Gelukkig zijn er altijd mensen geweest met oog voor het ras, waardoor we dit bijzondere paard nog steeds geregeld zien.

Tegenwoordig bestaat de liefde voor dit ras vooral op het platteland. Hier wordt het dier nog mondjesmaat voor bosbouw, maar vooral voor aangespannen rijden en shows gehouden.

Uiterlijke kenmerken

Volgens de rasstandaard is het Belgisch Trekpaard een krachtig, maar harmonisch gebouwd paard. Ze hebben een forse bespiering en stralen macht en adelrijkheid uit.

Het hoofd is recht en licht in vergelijking met de lichaamsmassa. Het voorhoofd is breed, de neus kort en recht. De ogen zijn groot en rond, de oren klein, fijn en breed uit elkaar staand.

De hals is hoog aangezet en breed. De schouder is lang met een goede 45° hoek. De borst is breed en diep, de rug recht, kort en breed (net als de achterhand).

De voeten zijn hard en breed.

De staart is laag aangezet, vol en dik. Vroeger werd deze gecoupeerd, dit is gelukkig sinds 2001 verboden. Extra bevedering is te vinden op de onderbenen, waar het haar dik en donker gekleurd is.

De vacht komt voor in alle effen kleuren en schimmel varianten hiervan. Zo zien we de kleurslag roan geregeld terugkeren, bij bruine, zwarte en vosgekleurde individuen.

De stokmaat van een hengst zit idealiter rond de 1,70 m, de merries zijn iets kleiner met 1,66 m. Afhankelijk van bouw en grootte, weegt dit ras zo tussen de 700 en 1000 kilo.

Karaktereigenschappen van het Belgisch trekpaard

Dit ras staat bekend om zijn rustige, vriendelijke en werkwillige inborst. Het Belgisch trekpaard maakt zich niet snel druk en is een harde werker.

Door hun rust worden ze vaak ten onrechte weggezet als sloom en langzaam. Maar eigenlijk is dit dier ontzettend gevoelig, dat veel kan met kleine, subtiele aanwijzingen.

Deze gevoeligheid zorgt ervoor, dat ze een eerlijke, liefdevolle training nodig hebben. Heb je voldoende geduld en vriendelijkheid over voor deze reus, dan krijg je het dubbel en dwars terug.

Zo niet? Dan kan men wel eens denken, dat de Brabander van origine erg koppig is. Niets is echter minder waar.

Hiernaast houden ze wel van een geintje, wat hun koele, gelijkmatige karakter des te interessanter maakt.

Verzorging en gezondheid

Het Belgisch trekpaard is een robuust en sober ras.

Door hun lange sokken onderaan de benen, zijn deze paarden echter gevoelig voor het ontwikkelen van mok. Mok is een verzamelnaam van huidontsteking in de kootholte. Dit is doorgaans lastig te genezen, het paard blijft er vaak na de eerste maal zeer gevoelig voor.

Een veel besproken onderwerp, is tegenwoordig het voorkomen van Chronisch Progressief Lymfoedeem (CPL). Hierbij heeft het paard te weinig elastine in de huid, waardoor vocht niet goed wordt afgevoerd. Dit zorgt voor een chronisch verdikt been, waarin zich plooien, korsten en op den duur open wonden in zullen manifesteren.

Door hun rustige, koele voorkomen kan het paard overkomen alsof hij weinig energie heeft. Hierdoor worden deze paarden vaak niet heel intensief gebruikt. De Brabander gaat echter zeer efficiënt met zijn energie om, waardoor overgewicht op de loer ligt.

Secundaire problematiek die hierbij kan optreden, bestaat uit diabetes mellitus (suikerziekte), Equine Metablic Syndrome (EMS) en laminitis (hoefbevangenheid).

Hoefbevangenheid is een ontsteking in de hoef, die wordt veroorzaakt door een stoornis in de stofwisseling. Bij zeer ernstige ontsteking kan het hoefbeen in de voet gaan verzakken.

Het Belgisch trekpaard en training

Door zijn bijzonder krachtige bouw, telt het Belgisch trekpaard mee als één van de sterkste paardenrassen ter wereld. Ze trokken niet alleen postkoetsen, maar ook schepen, gekapte bomen en zware karren in de mijnen voort.

Tegenwoordig zien we deze paarden veel minder voor praktisch gebruik. Het komt nog wel voor, maar vaak op kleine schaal of voor de show.

Ze worden tegenwoordig vooral gebruikt voor pleziertochtjes, aangespannen of bereden. Voor recreatieve doeleinden is dit paard dan ook uitermate geschikt.

Voor dressuur- of springsport is het trekpaard minder geschikt, evenals combinatie sporten zoals eventing. Maar in de endurance kan de Brabander toch aardig meekomen, door zijn Arabische roots. Grote kans, dat ze deze lange ritten geweldig vinden om te doen!

Maar door hun belangrijke rol in de geschiedenis, zie je dit paard veel op shows en nationale evenementen. Ook zijn er speciale wedstrijden, die gehouden worden voor aangespannen koudbloeden. Hier staan de Brabanders vaak perfect hun mannetje.