Dwerggroei bij paarden

dwerggroei bij paarden

Dwerggroei bij paarden is een ernstige, erfelijke afwijking. Deze stoornis heeft zijn uiting op de ontwikkeling van het paard, waardoor deze met afwijkende lichaamsproporties geboren wordt.

De moderne wetenschap buigt zich al jaren over dit probleem in de paardenfokkerij.

Wat houdt dwerggroei eigenlijk in?

Hoeveel kans loopt een paard om deze aandoening te ontwikkelen?

En kunnen we dwerggroei in de fokkerij voorkomen?

Lees hier alles over dwerggroei bij paarden.

Wat is dwerggroei bij paarden?

Dwerggroei bij paarden is een erfelijke afwijking, waardoor de dieren met zeer afwijkende lichaamsdelen geboren worden. In de paardensector zien we deze stoornis vooral bij het Friese paard en Amerikaanse Minipaarden voorkomen.

Deze ontwikkelingsstoornis kennen we in vier verschillende soorten:

1. Achondroplasie

Bij achrondroplasie treedt een stoornis op tijdens het groeien van het veulen in de baarmoeder. De vorming van het kraakbeen in de lange pijpbeenderen verloopt hierdoor niet zoals het hoort. Voorbeelden van deze botten zijn:

  • Dijbeen (femur)
  • Onderbeen (tibia en fibula)
  • Opperarmbeen (humerus)
  • Onderarm (radius en ulna)

2. Diastrophia

Hierbij ontwikkelt het dier gedraaide en misvormde ledematen. De paarden zijn (te) klein en hebben een gebogen rug. Verder heeft het dier mild tot ernstig vervormde benen met als voorbeeld zeer naar elkaar gedraaide hakken bij de achterhand.

Vaak hebben deze paarden correctiemateriaal zoals spalken of hoefschoenen nodig om te kunnen functioneren. Soms is een chirurgische correctie noodzakelijk.

3. Brachiocephalia

Bij brachiochepahlia zijn de benen kort, misvormd en gedrongen. Typische echter, is het misvormde, grote hoofd. Vaak doen zich hierbij problemen voor bij het ademen, grazen en kauwen.

Wie zien dit namelijk vaak gepaard gaan met misvormingen in de kaak, met gebitsproblemen als gevolg. Soms kunnen deze misvormingen chirurgisch gecorrigeerd worden. Vaak reconstrueert of vergroot men hierbij ook de neusgaten, om ademhaling te vergemakkelijken.

Vaak echter, wordt het dier op jonge leeftijd geëuthanaseerd.

4. Hypochondrogenesis

Deze vorm leidt tot een misvormde ruggengraat en korte, verdraaide benen. Hiernaast wordt ook de vorming van de borst aangetast. De borst is klein en onderontwikkeld, terwijl het hart en de longen wel de normale afmetingen hebben.

Vaak worden dieren met deze versie niet oud, of worden om welzijnsredenen geëuthanaseerd.

Erfelijkheid van dwerggroei

Dwerggroei bij paarden is een genetisch belaste aandoening. Dit betekent dat het vanuit de ouderdieren op het veulen doorgegeven kan worden.

Helaas is er over het specifieke gen dat dit veroorzaakt nog niet veel bekend. Wel weten we dat het verantwoordelijke gen recessief is. In tegenstelling tot een dominant gen, zal deze zijn eigenschappen dus pas uiten wanneer beide ouderdieren over het gen beschikken.

Was het gen dominant geweest, dan kon dit de eigenschappen van het combinatiegen uit het andere ouderdier overheersen.

Dit betekent, dat het dwerggroeigen wijdverspreid aanwezig is in de populatie van bepaalde paardenrassen. Hoe krijg je anders twee dragers hiervan bij elkaar?

De afwijking komt namelijk relatief vaak voor in bepaalde rassen. En de kans dat twee dragers ook werkelijk een veulentje krijgen met dwerggroei is maar 25%. Vaker (50%) wordt het veulen ook drager, net als zijn ouders.

Waarom bestaat dwerggroei in de huidige fokkerij?

Al jaren wordt vanuit de fokkerij aangegeven dat er aandacht is voor het probleem rond erfelijke groeistoornissen. Helaas komt dit probleem vandaag de dag nog ruimschoots voor.

Een van de grootste vraagstukken hierbij was altijd welk gen hier specifiek voor verantwoordelijk was. Zolang men deze kennis niet had, was een diagnostische test onmogelijk.

Hierdoor was het lastig om deze aandoening werkelijk aan te tonen. Ook konden ouderdieren niet preventief getest worden voor de fokkerij.

Hiernaast kunnen dieren ook alleen subtiele signalen van dwerggroei vertonen. Dit maakt het diagnosticeren en aantonen van het aanwezige dwerggroei-gen erg lastig.

Gelukkig heeft de wetenschap ondertussen doorgeploeterd met de riemen de ze hadden. Hierdoor is in het jaar 2016 bekend geworden wel gen er bij de Friezen voor de dwerggroei verantwoordelijk is. Het gaat hierbij om een mutatie van het B4GALT7 gen, dat op het 14e chromosoom zit.

Om deze reden wordt verwacht dat men binnen afzienbare tijd een test voor diagnose kan ontwikkelen. Op deze manier kan een drager of lijder van deze stoornis wel degelijk geïdentificeerd worden. Een grote doorbraak voor dierwelzijn en gezondheid!

Het ontstaan van dwerggroei voorkomen

Bij het voorkomen van dwerggroei in de paardensector moeten we vooral kijken naar de fokkerij. Men zal verantwoordelijk om moeten gaan met de dwerggroei-gevallen die voorkomen. Dit houdt in dat deze onder andere centraal gemeld en beschikbaar gesteld moeten worden voor de wetenschap.

Nu het aangedane gen bij de Friezenpopulatie bekend is, zal een diagnostische test standaard uitgevoerd moeten worden bij dieren met symptomen van deze aandoening. Op deze manier maakt men incidentie inzichtelijk en vergaart men meer kennis over het voorkomen van deze stoornis.

Hiernaast dienen alle aangedragen ouderdieren preventief getest te worden op de aanwezigheid (mutatie) van het gen. Door niet meer met aangedane dieren te fokken, zal de stoornis op den duur kunnen verminderen of zelfs verdwijnen uit de populatie.

Hiernaast is het om ethische redenen belangrijk om het leven van een aangetast dier zo draaglijk mogelijk te maken. Besluiten hieromtrent dienen altijd gemaakt te worden in samenspraak met een dierenarts.