Galopperen met je paard

vrouw op paard galopperen

Galopperen wordt vaak een van de leukste gangen van het paard gevonden.

Het gaat wat harder en het zit lekker. Maar het is ook een goede oefening voor je paard!

Hoe leer je een paard galopperen?

En hoe kan deze oefening goed zijn voor zijn lijf?

In dit artikel vertellen we jullie alles over de galop.

Galop

Veel ruiters vinden galopperen de leukste gang van het paard. Het gaat harder dan stap en draf, zit lekker en geeft toch wel een adrenalinekick.

Zeker als je samen het uitgestrekte strand over racet!

Maar naast leuk, kan galopperen ook goed zijn voor je paard. En niet alleen omdat hij even lekker zijn spieren kan strekken.

Wanneer een paard correct in de galop gereden wordt, is dit een goede balans oefening. Hiernaast maakt de achterhand krachtige bewegingen, waardoor de spieren sterker worden.

En juist deze spieren zijn onmisbaar in het dragend vermogen van het paard. Van zowel de ruiter als het eigen lichaam!

Maar hoe zit je als ruiter eigenlijk correct op een galopperend paard?

Lees ook: Paardrijden – hoe rijd je paard?

Zithouding van de ruiter in galop

Galopperen is wat we noemen een drietakt-gang. Dit betekent, dat het paard zijn benen in drie opeenvolgende manieren op de grond zet terwijl hij galoppeert.

Als voorbeeld nemen we de rechtergalop. Eerst zet het paard zijn linker achterbeen op de grond. Vervolgens volgen het rechter achterbeen en linker voorbeen tegelijk. Voordat deze opgetild worden, komt het rechter voorbeen aan de grond.

Vervolgens is er een zweefmoment, waarna het linker achterbeen weer op de grond landt. Voor de linkergalop geldt precies het tegenovergestelde.

Door deze bewegingen voelt de galop ietwat schommelig. Zeker voor de beginnende ruiter kan dit lastig zijn om uit te zitten. Ook is men door de snelheid vaak bang de controle te verliezen.

Daarom wordt de galop vaak aangeleerd met de verlichte zit. Hierbij staat de ruiter in de beugels, richting of boven de schoft van het paard. Dit ziet men ook terug bij springen, op deze manier kan de galopsprong opgevangen worden door de benen.

Ook ontziet deze houding de rug van het paard, wanneer het zitten nog niet goed gaat.

Beweegt de ruiter in verlichte zit goed mee, dan kan men overgaan op zitten. Zorg dat je beugels goed op maat zijn, maak je benen lang en ontspan het bekken. Hierdoor kan je beter “in” het zadel zakken en je heupen meebewegen met de sprong.

Ontspan je benen zoveel mogelijk en houd je hakken laag. Bij het optrekken van de hakken of knijpen met de bovenbenen duw je jezelf als het ware uit het zadel.

Met flink gestuiter als gevolg.

Paard leren galopperen

Elk paard kan van zichzelf galopperen. Het is niet voor niets een natuurlijke gang. Maar correct galopperen, met balans en een goed tempo kan nog behoorlijk lastig zijn!

Veel paarden vinden het aan het begin van hun rijdcarrière lastig om te galopperen. Vaak heeft dit met kracht en balans te maken. Hierdoor gaat het paard tijdens de galop erg op de voorbenen leunen en raakt uit evenwicht.

Om een paard tijdens het rijden tot galopperen aan te zetten, geef je een hulp met je benen. Je gaat doorzitten in draf, legt je binnenbeen op de plek van de singel en je buitenbeen iets achter de singel.

Je binnenbeen is het been aan de binnenkant van de cirkel die je rijdt. Bij rechtsom is dus je rechterbeen. Je buitenbeen zit aan de buitenkant van je cirkel.

Om in de juiste galop aan te springen, vraag je aan de voorkant van het paard lichte stelling.

Jonge of groene, ongetrainde paarden vinden het aanspringen in galop soms lastig. Vooral met een ruiter op de rug, kan dit veel van hun balans vragen.

Daarom is het belangrijk om eerst stap en draf goed te ontwikkelen, voordat je galop gaat trainen.

Hiernaast kan het helpen achter andere paarden aan te lopen. Wanneer de rest aanspringt, wil het jonge paard vaak volgen. Gebruik hierbij de stemcommando’s van tijdens het longeren.

Wil je goed aanspringen, houd dan eerst een beheerste arbeidsdraf aan. Gebruik hierbij niet teveel teugel, dit zal je paard in de war brengen.

Te hard draven ontstaat namelijk vaak omdat je paard de hulp niet goed begrijpt. Ik moet toch harder, denkt hij?

Maar door de uitgestrekte beweging van hard draven wordt het aangalopperen lichamelijk nog moeilijker. Focus daarom op rust en aandacht voordat je het aangalopperen introduceert. Oefen dit voor het rijden aan de longeerlijn.

Paard galoppeert te snel

Heeft je paard de galophulp wel goed goed begrepen? Dan heb je kans dat hij na het aanspringen te hard gaat.

Vaak geeft dit aan dat hij het galopperen moeilijk vindt. Bij galop moet maar liefst twee keer per sprong het hele gewicht op één been gedragen worden.

En dat is nogal niet wat!

Begin daarom met korte sessies en bouw dit op. Mogelijk heeft het paard nog niet genoeg spierkracht om zichzelf en het gewicht van de ruiter correct in galop te houden.

Zorg er hierbij voor, dat ook het aandraven weer op commando gaat. Anders leert je paard dat hij bij terugvallen beloont wordt. Of dat dit zelfs de bedoeling is.