Hoe leer je een paard longeren?

paard longeren leren

Het longeren van het paard is onmisbaar bij een goede training.

Longeren bereidt het paard voor op het rijden, wat je als ruiter vanaf de grond perfect kan coördineren.

Waarom longeren we ons paard eigenlijk?

En uit welke belangrijke onderdelen bestaat deze training?

Paarden Pro legt het je in heldere taal uit.

Het longeren van het paard

Bijna elke paardeneigenaar longeert zijn paard wel eens. Bij longeren heb je het paard aan een lange lijn in cirkels om je heen lopen. Hierbij voer je oefeningen uit die het paard soepel maken en een correcte houding leren.

Hiernaast is longeren een perfecte basis voor het rijden. Je kunt namelijk vanaf de grond bij het paard conditie, spieren en balans opbouwen, communicatie verbeteren en nieuwe oefeningen aanleren. Je paard wordt actief begeleid, zonder dat hij lichamelijk met een ruiter rekening moet houden.

De longeerlijn is meestal 8 tot 12 meter lang, maar kan zich ook tot 20 meter uitstrekken. De meeste longeerbakken zijn zo’n 16 tot 18 meter in doorsnee. Hiervoor is een touw van 10 à 12 meter het meest praktisch.

Bij longeren staat de trainer in het midden van de longeerbak, de navel gericht op het stuk achter de paardenschouder. De longeerlijn ligt in de hand van de looprichting van het paard. De andere hand dient als drijver, hierin ligt de longeerzweep.

De longeerzweep wijst altijd naar het punt 2 à 3 meter achter de billen van het paard. Zo wordt het paard begeleid, maar niet continu naar voren gedreven. Sommige trainers hebben in plaats van de longeerzweep, het einde van de longeerlijn in deze hand.

Longeer je met een hoofdstel? Dan gaat de longeerlijn via de binnenste bitring, onder de kin door en wordt vastgeklikt aan de buitenste bitring. Bij longeren met een halster klikt men de lijn aan de onderste ring van de neusriem.

Je weet nu hoe het longeren voorbereid wordt en waar het voor dient. Maar hoe weet je paard nu wat hij moet doen?

Je paard leren longeren

Grondwerk is ideaal om aan jullie onderlinge communicatie te werken. Bij longeren kun je focussen op het aanleren van stemcommando’s en de verduidelijking van lichaamstaal.

Maar om het longeren van het paard correct aan te leren, zal je paard eerst een aantal onderdelen moeten begrijpen. Zo is het onmisbaar dat de longeerzweep, indien gebruikt, bekend is en geen bedreiging vormt. Deze dient voor begeleiding, niet voor straf.

Meelopen

Begin in een afgezette bak met het paard aan een halstertouw. Begeleid het paard met het touw en stemcommando’s om voorwaarts te gaan en halt te houden. De basis hiervan ligt in eerder grondwerk, zoals het leiden van je paard van de ene naar de andere locatie.

Houd de startsessies kort, éénmaal elke kant is genoeg. Sluit altijd positief af, hoe laag je de lat ook legt en breid hier vandaan uit.

Richt bij het halthouden je lichaam op en geef een duidelijk stemcommando. Bij het voorwaarts gaan, buig je wat naar voren, met de nadruk op je naar voren stappend been. Beloon bij gewenst gedrag en oefen beide kanten op.

Cirkels lopen

Vervolgens laat je het paard niet meer meelopen, maar van je “weglopen”. Gebruik hierbij de longeerzweep, om afstand te creëren. Start met voorwaarts lopen en richt vervolgens de zweep naar de schouder van je paard. Verwijder jezelf een stukje van het paard, terwijl de gerichte zweep hem van je afstuurt.

Let op  Raak hierbij nooit het paard aan, om schrikreacties te voorkomen. Nieuwe dingen leren is al spannend genoeg!

Geef het paard voor deze stap de tijd en laat hem eventueel begeleiden door een tweede trainer. Deze dient het paard aan de buitenzijde van het hoofd te leiden naar de juiste locatie. Beloon gelijk bij succes, geruststelling is het halve werk.

Conditietraining met longeren

Nu je paard om je heen kan stappen, kun je beginnen met de onderdelen tempo en conditie. Rust en duidelijkheid zijn hierbij onmisbaar.

Tempo

Zodra je paard kan stappen, kun je hogere tempo’s aan gaan leren. Geef het commando voor “Draf” en wiebel laag met de zweep achter het paard.

Zorg hierbij dat je navel achter de schouder van je paard gericht is. Richt je op een stuk hiervoor, dan houd je het paard met je eigen houding actief tegen.

Draaft het paard niet aan, houd de zweep dan iets hoger en wiebel nogmaals tijdens het stemcommando. Voer dit op tot het paard in tempo verhoogt.

Schiet je paard aan in galop, blijf dan rustig en begeleid het kalm terug naar stap. Probeer in rust opnieuw, beloon en stop gelijk wanneer het goed is gegaan. Ook galop kun je op deze manier aanzetten.

Conditie

Om conditie op te bouwen, zul je tijd in de beweging van je paard moeten steken. Een goede conditie straalt door in het hele lijf, mits correct opgebouwd. Daarom is schematisch trainen een vereiste.

Dit betekent, dat je een basisschema maakt voor bewegingsduur en intensiteit. Dit bouw je vervolgens stap voor stap uit. Begin met 5 minuten stappen, beide richtingen op, wanneer de conditie van dit specifieke paard onbekend is.

Breid dit vervolgens uit:

  • 5 minuten stap
  • 1 minuut draf
  • 5 minuten stap

Belangrijk hierbij is, dat je beide kanten op traint en in de gaten houdt hoe snel het paard weer op adem is na het draven. Train je het paard zo’n 3 dagen in de week, bouw dan elke week met één of twee minuten op. Train je minder vaak, geef het lichaam dan meer tijd.

Breid hiernaast uit met verschillende tempo’s en het lopen van bijvoorbeeld balkjes of cavaletti. Dit is goed voor de balans van het paard en hij leert zichzelf hierdoor beter dragen. Zorg altijd voor een actief, maar ontspannen tempo in elke gang.

Longeren met hulpmiddelen

Het doel van longeren is dat je paard zichzelf correct gaat dragen, met balans en kracht. Sommige trainers roepen hierbij de assistentie van hulpteugels in, om de juiste houding bij het paard te vragen.

Voorbeelden van hulpteugels zijn het pessoa, bijzetteugels of elastieken die aan weerszijden van het hoofdstel bevestigd worden. Deze lopen vervolgens door naar een longeersingel, waaraan de lengte van de hulpteugels bijgesteld kan worden.

Ook het longeren met dubbele lijnen wordt vaak opgepakt voor extra begeleiding. Deze extra lijn gaat vanaf de trainer achter het paard langs en is aan de buitenste bitring bevestigd.

Belangrijk is, dat het werken met hulpteugels en dubbele lijnen correct gebeurt. Laat je hier uitgebreid over informeren en oefen onder begeleiding van een professional, alvorens dit zelf op te pakken.

Hulpteugels kunnen een perfecte uitkomst bieden, echter bij verkeerd gebruik kan het paard fikse blessures oplopen.