Een paard opzadelen

paard opzadelen

Je paard opzadelen kan best ingewikkeld zijn met al die riempjes en gespjes.

Toch is het heel belangrijk dat het zadel correct op de paardenrug geplaatst en bevestigd wordt.

Ligt het te ver naar voren? Dan blokkeert het de schouder. Maar ligt het te ver naar achteren, dan kunnen de rugwervels in de problemen komen.

Waar leg je het zadel neer op de paardenrug? En hoe maakt je de singel correct vast?

Paarden Pro vertelt je alles over het opzadelen van je paard.

Waarom een paard opzadelen?

Zo’n 5000 jaar geleden werden de eerste zadels voor op de paardenrug gemaakt. Dit was niet voor niets. Paarden werden steeds intensiever gebruikt om te rijden en het zadel zorgde hierbij voor steun.

Maar het zadel is niet alleen een hulpstuk om de ruiter op het paard te houden. Het verdeelt de druk over de rug, zodat niet één punt overbelast raakt. Hiernaast houdt het de ruiter ontspannen boven het zwaartepunt van het paard.

Een goed passend zadel is dus van groot belang voor de gezondheid van je dier. Hiernaast moet het paard opzadelen correct gebeuren, om blessures te voorkomen.

Maar hoe zadel je een paard correct op?

Lees ook: Welk zadel past bij mijn paard?

Je paard opzadelen in stappen

Een paard opzadelen gebeurt in verschillende stadia. Zo hebben we het dekje of bontje onder het zadel, het plaatsen van het zadel zelf, de singel vastmaken en de beugelriemen correct stellen.

Per onderdeel leggen we de procedure aan jullie uit.

Het dekje of bontje opleggen

In theorie heeft een perfect passend zadel geen onderliggend dekje nodig. Echter, een zadel kan (tijdelijk) minder goed passen door invloed van allerlei factoren. Denk hierbij aan spierontwikkeling in de training, maar ook een (al dan niet geplande) verandering in dieet of weersomstandigheden.

Om deze reden gebruiken we altijd een bontje of dekje (of beide) om onder het zadel neer te leggen. Dit beschermt de gevoelige ruggenwervels en helpt de druk van het zadel extra te verdelen.

Het dekje moet recht op de rug geplaatst worden, dit kun je goed zien wanneer je voor het paard gaat staan. Beide kanten van het dek moeten even ver naar beneden lopen.

Wanneer het zadel geplaatst is, moet het dekje namelijk onder de zweetbladen uit komen. Zo voorkomt men direct contact van het zadelleer met de huid, wat schuren kan veroorzaken.

Leg het bontje met de voorkant iets over de schoft, de nek op. Dit komt van pas bij het paard opzadelen.

Het zadel opleggen

Vervolgens leg je het zadel op het ietwat hoog gepositioneerde dekje. Hierbij ligt de voorkant van het zadel op de schoft.

Zorg ervoor dat zowel voor, als achter en onder het zadel stukjes dek uitsteken. Ook mag het zadel niet op de verdikte rand van het dekje liggen, dit kan gaan knellen.

Leg het zadel altijd zachtjes neer. Het weegt niet alleen een paar kilo voor jouw armen, maar ook op de gevoelige paardenrug!

Ligt het zadel goed op het dek? Dan schuif je het geheel iets naar achteren. Hierbij strijk je de haren glad, wat schuring en irritatie voorkomt.

Bekijk de positie van het zadel aan beide kanten van het paard. Bij een correcte plaatsing, ligt het zadel ter hoogte van de kniewrongen achter de schouders.

Leg je hand onder de kniewrong en laat deze van boven naar beneden langs de achterste rand van het schouderblad glijden. Kom je druk van het zadel tegen en kun je niet goed verder? Dan mag het zadel iets naar achter.

Deze positie is erg belangrijk ter voorkoming van blessures. Te ver naar voren blokkeert het zadel de beweging van de schouder tijdens het lopen. Te ver naar achter geeft grote druk op de achterste rugwervels.

Zit je zadel correct? Trek dan het voorste deel van het dekje bij de schoft licht omhoog. Dit voorkomt dat de stof gaat schuren of drukken wanneer je in het zadel zit.

Haal hiernaast altijd de manen onder het dekje en zadel vandaan. Auw!

Je paard aansingelen

Hierna ga je de singel bevestigen, om het zadel op zijn plek te houden. De singel maak je vast aan de singelstoten. Dit zijn twee riemen aan beide kanten van het zadel, die onder de zweetbladen zitten.

Eerst maak je de singel aan de linkerkant van het zadel vast, op het eerste of tweede gaatje van de riemen. Vervolgens ga je aan de rechterkant van je paard staan, haal je de singel onder je paard door en maakt deze licht vast.

De singel is correct gepositioneerd wanneer hij een handbreedte van de voorbenen verwijderd is. Let erop dat het velletje van je paard niet dubbel komt te zitten.

Om dit te voorkomen kun je de voorbenen om beurten wat naar voren strekken. Dit trekt het vel glad.

Red je het niet om bij de eerste gaatjes van de singelstoten te komen? Dan heb je een langere singel nodig. Dit helpt je om rustig aan te kunnen singelen.

Sommige paarden zetten hun buik uit bij het aansingelen. Vaak komt dit door een negatieve ervaring of een naar gevoel van de singel. Juist bij deze paarden heb je een lange singel nodig.

Hierdoor kan je rustig en in stapjes aansingelen, zodat het gevoel minder heftig is. Neem hier dan ook altijd de tijd voor.

Singel op stal zodanig aan, dat het zadel op zijn plek blijft zitten. Niet strakker.

Na het lopen van een paar passen of wanneer je aankomt in de bak, kun je weer een paar gaatjes bijsingelen.

De singel moet zo stevig zitten, dat het zadel niet verschuift wanneer je erop zit. Maar kun je met geen mogelijkheid meer je vingers tussen de singel en het paard krijgen? Dan zit hij te strak.

Je beugels op maat maken

Vervolgens trek je de beugels, die op het zweetblad liggen, naar beneden via de beugelriemen. Moet je nog een eindje lopen voor je opstapt? Steek dan je beugels weer op of maak ze pas op maat op je bestemming.

Je paard kan namelijk blijven hangen aan de loshangende ijzers. Ook kan hij schrikken van het geluid of het tikkende gevoel tegen zijn buik.

Om je beugels op maat te maken, pak je de gesp bovenaan de riem vast en trekt die naar je toe. Op deze manier kun je gemakkelijker de riem losmaken en de pin door een ander gaatje halen.

Voor het bijstellen van de beugelriem lengte, haal je met je linkerhand de beugel in een rechte lijn naar je rechterschouder. Je trekt net zo lang door tot de beugelriem strak staat.

Een maatstaf voor de correcte beugelriem lengte is de afstand tussen je vingertoppen en je schouder. Daarom houd je tegelijkertijd je rechterarm in een rechte lijn richting het zadel. Hierbij houd je de vingertoppen op de beugelriemhaken.

Deze bevinden zich onder het ‘rokje’ van de voorboom.

Komt de onderkant van de beugel voorbij je rechterschouder? Dan mag de riem wat korter gemaakt worden. Komt hij nog niet tot je schouder, dan mag hij iets langer.

Uiteraard voel je het beste of je beugels goed zitten, wanneer je op het paard zit. Controleer dit voordat je wegrijdt en laat eventueel iemand je helpen om dit bij te stellen.