Paardrijden – Hoe rijd je een paard?

paardrijden

Paardrijden lijkt vanaf de zijlijn misschien gemakkelijk. Gewoon erop klimmen en hup, daar gaan jullie.

In de werkelijkheid valt dat toch vaak tegen!

Want hoe zorg je ervoor dat je paard doet wat jij aangeeft? Hoe stuur je een paard?

En hoe blijf je het beste in je zadel zitten?

Deze gids leert je hoe je paard kunt rijden en een betere ruiter wordt. Neem de teugels in handen.

Waarom paardrijden?

Paardrijden is tegenwoordig een ontzettend populaire sport. In 2016 waren er zo’n 400.000 actieve ruiters in Nederland en rond de 450.000 paarden.

In de afgelopen decennia is deze sport steeds toegankelijker geworden. Vroeger was paardrijden vooral aan de adel besteed, voor vervoer en vermaak.

Maar tegenwoordig zijn er meer maneges dan ooit. Ook kunnen liefhebbers de droom van een eigen paard vaker verwezenlijken.

Naast zo’n 10.000 paarden(sport)bedrijven, rijden de meeste ruiters in Nederland hobbymatig. Of dit nu buitenritten of wedstrijden zijn, we zitten graag op de rug van ons favoriete dier.

Maar paardrijden heeft nog een belangrijk doel. Wanneer correct uitgevoerd, is rijden namelijk goed voor het paardenlichaam!

Paardrijden zorgt voor regelmatige beweging. De oefeningen die we doen, dienen ons paard soepeler en atletischer te maken. Hierdoor heeft hij een kleinere kans op overgewicht, blessures en gezondheidsklachten.

Maar om dit te bereiken, dienen we onze paarden op een correcte, verantwoordelijke manier te rijden. En hoe doe je dat eigenlijk?

Zithouding bij paardrijden

Wanneer je de basis van het paardrijden voldoende beheerst, hebben zowel jij en je paard een goede start. Je paard heeft minder kans op blessures, jij hebt meer plezier en er bestaat een verminderde kans op ongelukken.

Wie wil dat nu niet?

Paardrijden begint met de juiste zit. Wanneer de ruiter correct op het paard zit en meerijdt, wordt de rug ontlast en kan het paard beter bewegen.

Correct opstijgen bij je paard

Het ontlasten van de rug begint al bij het opstappen. Ga aan de linkerkant van je paard staan, met je rechterschouder naast de buik. Zet vervolgens linkervoet in de stijgbeugel, duw jezelf omhoog en zwaai je rechterbeen over het zadel.

Ga vervolgens heel zacht in het zadel zitten. Neerploffen doet het paard pijn en kan schade aan de rugwervels veroorzaken.

Maak bij het opstappen altijd gebruik van een krukje en wissel de opstapkanten af om de rug niet overbodig te belasten.

Lees hier hoe correct opstijgen bij je paard in detail werkt.

Correcte zithouding in stap

Door zacht en tegelijkertijd met beide kuiten tegen het paard te duwen, zal je paard in stap overgaan. Haal diep adem en zucht eens flink. Controleer hierbij of je schouders, buik, bekken en benen ontspannen zijn.

Hoe meer ontspanning, hoe beter je kunt meebewegen met je paard.

Maak je benen lang, zodat je als het ware “in” het zadel zakt. Zet de bal van je voet op het ijzer van de beugel en duw je hakken zacht naar beneden. Zo blijft je voet beter in de beugel zitten en blijven je billen beter in het zadel.

Houd hierbij je rug en schouders recht, zonder veel aan te spannen.

Zoek je zitknobbels in je billen op (ronde botuitsteeksels van het bekken) en ga hierop zitten. Hierbij kantel je het bekken, waardoor je buikspieren in plaats van rugspieren gebruikt. Ook kan je door deze houding beter meebewegen met je paard.

Correcte zithouding in draf

Wanneer je weer met je benen drukt, zal je paard gaan draven. Hierbij is blijven zitten moeilijker, daarom gaan de meeste ruiters lichtrijden. Ook is lichtrijden beter voor de rug van je paard, wanneer je dit zachtjes doet.

Bij lichtrijden maak je afwisselend een staande en zittende beweging in de beugels. Of je moet staan of zitten, zie je aan de beweging van het buitenvoorbeen. Dit is het been aan de buitenkant van de cirkel die je rijdt, dus rechtsom is dit de linkerschouder.

Gaat de schouder naar voren, dan ga je staan. Beweegt deze naar achter, dan ga je zacht weer zitten.

Correcte zithouding in galop

Om over te gaan in galop, stop je met lichtrijden. In plaats hiervan blijf je zitten in draf. Om aan te springen leg je het buitenbeen iets naar achter, net voorbij de singel van het zadel.

Je buitenbeen bevindt zich aan de buitenkant van de cirkel die je rijdt. Rijd je rechtsom, dan is dit je linkerbeen. Je binnenbeen (die aan de binnenkant van je cirkel) leg je op de plek van de singel.

Bij galop is het belangrijk dat je de schommelende beweging uitzit. Dit betekent, dat je heupen lekker los en je schouders ontspannen zijn. Tegelijkertijd blijf je met je billen in het zadel, terwijl je netjes rechtop blijft zitten.

Een paard sturen

Het tweede belangrijke deel van paardrijden, is het sturen van je paard. Dit doe je niet alleen met de teugels, maar ook met je lichaam en benen.

De teugels laten de handen van de ruiter met het bit in de paardenmond communiceren. Bij bitloze optomingen geeft dit verbintenis met de neus. Op deze manier kan de ruiter extra hulpen geven, naast de communicatie met de benen.

Deze hulpen dienen altijd zacht uitgevoerd te worden. De neus van een paard is erg gevoelig en heeft maar dunne botjes. Hiernaast ligt het bit direct op het tandvlees in de mond, waardoor het gemakkelijk tot verwondingen leidt.

Het gebruik van een scherp bit is dan ook uit den boze en achterhaald voor onze moderne tijd.

De teugels houd je altijd in beide handen, zodat je balans creëert aan de voorkant van het paard. Vorm met je hand een rechtopstaande vuist, met de duim bovenop de rest van je vingers.

Vervolgens laat je de teugel over de bovenkant van je vuist, maar onder je duim door lopen. Ontspan je vingers en laat de teugel in de vuist door naar beneden lopen. Vervolgens buigt de teugel terug richting de paardennek, tussen de ringvinger en pink door je vuist uit.

teugels paard correct vasthouden

Op deze manier kun je de teugels stevig vasthouden, balans creëren en met kleine kneepjes in je hand de teugel wat aantrekken.

Let erop dat je hierbij niet je arm naar achteren trekt!

Probeer het maar eens met een touwtje dat je aan een stoel vastgebonden hebt. Ontspan je vuist en span hem vervolgens aan. Zie je hoe het touwtje zich rechttrekt?

Je paard naar links sturen

Om je paard tijdens het rijden naar links te sturen, duw je met je rechtbeen zachtjes tegen je paard. Op deze manier “duw” je hem de juiste kant op. Tegelijkertijd hang je met je lichaam heel licht naar links en knijp je zacht met je linkerhand in de teugel.

Zo gaat het paardenhoofd wat naar links en zul je van kant veranderen.

Je paard naar rechts sturen

Om naar rechts te sturen, duw je met je linkerbeen zacht tegen je paard. Hierbij leun je heel licht naar rechts met je lichaam en knijp je met je rechterhand zacht in de teugel.

Halthouden

Wil je stoppen? Ga dan goed op je billen zitten en maak je zwaar.

Ga hierbij niet hard op de paardenrug zitten, maar doe alsof je stenen in je laarzen hebt. Maak je benen lang en ontspannen.

Adem uit, leun licht naar achter en knijp zachtjes met beide handen in je teugels.

Ho paard!