Wormen bij paarden (meest voorkomende)

meest-voorkomende-wormen-bij-paarden

Wormen bij paarden zijn nare parasieten.

Nederland biedt echter een prima wormenomgeving, waardoor veel paarden deze beestjes in hun lijf hebben zitten.

Als eigenaar bescherm je het paard tegen uit de hand gelopen populaties.

Maar welke soorten wormen bestaan er zoal?

En hoe wordt een infectie behandeld?

Paarden Pro vertelt je alles over worminfecties bij paarden.

Meest voorkomende wormen bij paarden

Wormen bij paarden komen vaak voor. Opvallend vaak, want elk paard heeft in zekere mate wormen in zijn lijf. Deze vormen echter pas een probleem als de populatie te groot wordt.

De vijf meest voorkomende wormensoorten worden hieronder beschreven.

Grote strongyliden (Strongylus vulgaris)

Deze worm is de meeste voorkomende in Nederland. De larven richten schade aan in de kleine bloedvaatjes en grote slagader bij de darm. Dit kan tot ernstige infarcten, ontstekingen en krampkolieken leiden. De volwassen worm vestigt zich in de dikke en blindedarm, waar hij eitjes produceert die met de mest het lichaam verlaten.

Kleine strongyliden of Rode bloedworm (Cyathostominae)

Ook kleine strongyliden komen regelmatig voor, op een leeftijd van 1 tot 3 jaar. De larven trekken in de darmwand, volwassen wormen zitten in de dikke en blinde darm zelf. Hier voeden zij zich met weefsel, wat tot kleine maar vele beschadigingen leidt.

Spoelworm (Parascaris equorum)

De spoelworm wordt vaak gezien bij veulens, jonger dan 6 maanden tot één jaar oud. De parasiet trekt door het lichaam, waarbij het de lever en de longen aandoet. Het veulen hoest de larven op, slikt ze door, waarna de parasiet volwassenheid bereikt in de dunne darm. Grote aantallen wormen leiden vaak tot ernstige darmblokkades en de dood.

Lintworm (Anaplochephala perfoliata)

Deze soort lintworm komt iets vaker voor bij jongere paarden. Hij leeft in de dikke en blindedarm, maar voornamelijk in het laatste gedeelte van de dunne darm (ileum). Zijn kop bijt zich vast in de darmwand, met beschadigingen en verstoppingen als gevolg. Ook kan hierdoor invaginatie (binnenstebuiten kering) van het ileum plaatsvinden, wat leidt tot ernstige verstopping en koliek.

Veulenworm (Strongyloides westeri)

Bijna alle veulens onder de 6 maanden oud zijn besmet met deze worm, via de moedermelk of -mest. Net als spoelwormen, trekken zij via de longen naar de darmen.

Soorten wormen bij paarden

Hiernaast komen nog meer soorten wormen voor, deze zijn echter zeldzamer dan de bovengenoemde vijf.

Aarsmade (Oxyuris equi)

De aarsmade leeft in de dikke darm en legt zijn eitjes rond de anus, wat erge jeuk veroorzaakt. Hierdoor schuren paarden hun staart kapot, maar krijgen ook conditieproblemen door schade in de darm.

Leverbot (Fasciola hepatica)

Deze worm wordt opgelopen bij het gezamenlijk grazen met runderen en schapen. Leverbot eitjes worden vooral opgegraasd aan de waterkant. De worm richt schade aan in de lever en de darmen.

Longworm (Dictyocaulus arnfieldi)

Deze infectie kan optreden via gezamenlijk grazen met ezels of op een weide waar eerder ezels hebben gestaan. Deze worm manifesteert zich in de long, met hoesten, neusuitvloeiing, benauwdheid en bronchitis als gevolg.

Horzellarven (Gasterophilus intestinalis)

De larven van de horzel haken zich in het najaar vast in de paardenmond, wat kauwproblemen kan geven bij grote aantallen. Vervolgens overwinteren ze in de maag, wat schade kan opleveren omdat ze zich vasthaken in het weefsel. In het voorjaar verlaten ze via de mest het lichaam, om te ontpoppen als horzel en eitjes te leggen.

Besmettelijke wormen bij paarden

Waarom zijn wormen zo’n succesvolle parasietensoort?

In Nederland hebben wij het ideale klimaat voor deze boosdoeners. Op onze koele, vochtige bodem kunnen eitjes en larven lang overleven zonder gastheer, soms wel 6 maanden! In droge, warme gebieden hebben ze beduidend minder kans.

Het grootste deel van de wormsoorten is erg besmettelijk. Dit komt niet direct door de volwassen worm zelf, maar door de cyclus die zij veroorzaken.

De meeste volwassen darmparasieten leven in het lichaam. Hier produceren ze eitjes, die met de paardenmest het lichaam verlaten. De mest komt terecht in de wei, waar de eitjes wachten op een volgende gastheer.

Deze eitjes kunnen op de bodem blijven liggen, waardoor ze opgegraasd worden door een nietsvermoedend paard. Soms echter, ontpoppen zij zich tot larven die een vervangende gastheer besmetten.

Een voorbeeld hiervan zijn de larven van de lintworm. Lintwormen geven proglottiden af, segmentjes van hun lange lichaam gevuld met eieren. Deze eieren ontpoppen zich buiten het paardenlichaam tot larven, die de mosmijt infecteren.

Deze mosmijten worden vervolgens opgegraasd door het paard, waarna de larven in de paardendarm belanden.

Symptomen van een wormbesmetting

Een wormbesmetting kan een serieus gevaar vormen voor de gezondheid van je paard. Maar hoe kom je er eigenlijk achter, dat je paard (teveel) wormen heeft?

Een worminfectie geeft in het begin vaak vage klachten. Je kunt hierbij denken aan:

  • Doffe, uitstaande vacht
  • Lusteloosheid
  • Vermagering
  • Verminderde groei

Koliek wordt gezien bij een ernstige infectie door grote en kleine strongyliden of lintwormen. Bij een lintworminfectie duidt dit vaak op een invaginatie van de darm.

Bij een ernstige grote strongyliden-infectie komt vaak koorts voor. Dit wordt veroorzaakt door de vaatwand-ontsteking bij de darm.

Hoesten en benauwdheid ziet men bij spoel- en veulenwormen. Spoelwormen geven vaak ook neusuitvloeiing als symptoom.

Diarree komt voor bij veulenwormen en kleine strongyliden. Deze laatste soort kent twee infectie varianten.

De ernstigste variant treedt op net na de winter, wanneer alle overwinterde larven in één keer uit de darmwand treden, met enorme schade en diarree als gevolg.

De andere variant treedt tussen april en november op, waarin de populatie volwassen parasieten in het lichaam enorm kan stijgen. Dit leidt tot koliek en heftige diarree.

Behandelen van wormen bij paarden

Wormen bij paarden correct behandelen is van levensbelang. Maar om dit te kunnen doen, moet eerst de juiste diagnose gesteld worden.

Diagnose

De diagnose van een worminfectie stelt men door mest- en bloedonderzoek. Preventief onderzoek is belangrijk, zodat je weet dat een gezonde kudde het weiland op gaat.

Echter, bij vermoeden van infectie kan men onder de microscoop eitjes of proglottiden van de worm in de mest zien zitten. Dit is alleen mogelijk, wanneer de infectie gevorderd is tot het stadium met volwassen wormen. Deze produceren eitjes, die met de mest mee naar buiten reizen.

Is dit niet het geval, dan kan bloedonderzoek vaak uitsluitsel geven.

Behandeling

Een paard kan alleen succesvol tegen wormen behandeld worden wanneer de specifieke soort achterhaald is. Laat je dier dus altijd gericht behandelen door een dierenarts.

Bij sommige infecties, zoals met grote strongyliden, krijgt het paard ook een ontstekingsremmer. Bij vormen met diarree kan een infuus tegen uitdroging nodig zijn.

Hiernaast worden secundaire klachten mee behandeld om de weerstand van het paard zo snel mogelijk terug op conditie te krijgen.

Worminfectie bij paarden voorkomen

Worminfecties kunnen enorme, onherstelbare schade aanrichten in het lichaam. Daarom is voorkomen beter dan genezen. De belangrijkste onderdelen hiervan zijn ontwormen en het controleren van de infectiedruk.

Ontwormen

Een paard moet altijd op tijd en correct ontwormd worden. Hierbij is de werkzame stof van de medicatie belangrijk, bespreek dit met je dierenarts. Niet elke stof beschermt tegen elke soort worm!

Hiernaast is het advies van je dierenarts belangrijk om veiligheidsredenen. De werkzame stof Moxidectine mag bijvoorbeeld nooit aan veulens toegediend worden.

Ook moet je paard voldoende hoeveelheid ontwormingskuur krijgen. Anders overleeft een deel van de wormen, die wat beter bestand zijn tegen het middel dan de rest.

Hiernaast dient een drachtige merrie ontwormt te worden om het veulen te beschermen tegen veulenworm. Het veulen zelf dient op tijd beschermd te worden tegen spoelworminfectie. Hiervoor wordt preventief vanaf een leeftijd van 2,5 maand ontwormd.

Dit is van levensbelang. Ben je vrij laat met ontwormen, dan zullen de parasieten massaal sterven en uitharden in de darm. Alleen een spoedoperatie kan het veulen dan nog redden.

Infectiedruk

Houd hiernaast de wei dagelijks schoon van mest. Hierdoor bestaat er verminderde kans op een geïnfecteerde bodem.

Laat ook de groep paarden op één weiland niet te groot worden, om de infectiedruk te minimaliseren.